Op de hoogte blijven via onze nieuwsbrief? - Schrijf je hier in!

Stop met het motiveren van studenten

5 manieren om studenten zélf in beweging te laten komen

Inhoudsopgave

5 manieren om studenten zélf in beweging te laten komen

Het motiveren van studenten staat hoog op het verlanglijstje van veel docenten die aan een nieuw schooljaar beginnen. We willen studenten die nieuwsgierig zijn, actief deelnemen, verantwoordelijkheid nemen en zin hebben om te leren. En dus doen we ontzettend ons best om ze te motiveren.

Misschien begint het daar.

Want kun je een student eigenlijk wel motiveren? Of moeten we onderwijs creëren waarin studenten zélf een reden ontdekken om te willen leren?

Voor ons ligt daar de sleutel. Studenten motiveren gaat niet zozeer over harder trekken aan studenten, maar over eigenaarschap en zelfregie. Over studenten die ervaren: dit gaat over mij, dit kan ik al en dát heb ik nog te leren. Daar begint beweging.

En daarvoor hoef je als docent je curriculum niet overboord te gooien. Juist binnen de kaders van een curriculum kun je ruimte creëren voor studenten om te ontdekken wat hen aanspreekt, wat ze al kunnen en wat ze nog te leren hebben.

Hoe kun je die beweging aanwakkeren? Voor ons ligt de sleutel tot het motiveren van studenten in het hoger onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs in vijf belangrijke bewegingen:

Verbinden. Ervaren. Benutten. Loslaten. Landen.

1. Verbind wat studenten moeten leren aan wat ze willen leren

Leren begint met een leervraag. Wij noemen dat ook wel een call to learn: een gevoelde reden om iets te willen weten of kunnen.

Tegelijkertijd heb je als docent een curriculum te draaien, met leeruitkomsten, doelen en vaardigheden waaraan studenten moeten voldoen. De interessante ruimte voor het motiveren van studenten zit juist binnen dat curriculum.

Welke leeruitkomsten spreken een student aan? Waar zit nieuwsgierigheid? Wat wil iemand beter kunnen? Waar loopt een student tegenaan? En hoe kun je wat een student zelf wil leren verbinden aan wat vanuit de opleiding geleerd moet worden?

Breng studenten daarom regelmatig terug naar vragen als: Waar wil ik beter in worden? Waar loop ik tegenaan? Wat heb ik nodig? Wat wil ik kunnen wat ik nu nog niet kan? Dit is een van de effectieve technieken om studenten te motiveren: hen actief laten nadenken over hun eigen leerbehoeften.

Zo krijgt de leerstof persoonlijk belang. Het is niet alleen iets wat op het programma staat, maar kan een antwoord worden op een vraag die de student zelf voelt.

De intrinsieke motivatie van studenten speelt daarin natuurlijk een belangrijke rol. Eerder schreven we al een uitgebreid artikel over de intrinsieke motivatie binnen het onderwijs. Hier kijken we vooral naar wat je als docent kunt doen om omstandigheden te creëren waarin die motivatie kan ontstaan.

2. Laat studenten ervaren wat ze nog niet kunnen

Een van de krachtigste manieren voor het motiveren van studenten is studenten niet eerst alles uit te leggen, maar ze iets te laten dóén en ervaren.

Creëer een echte situatie. Geef ze een project. Laat ze een probleem oplossen. Organiseer een challenge. En ontwerp die opdracht zo dat studenten nét tegen de grenzen van hun eigen kennen en kunnen aanlopen.

Bij een horecaopleiding waar we mee samenwerken, namen eerstejaarsstudenten al in hun eerste week een dag lang de kantine over. Niet nadat ze eerst wekenlang lessen hadden gevolgd. Gewoon: aan de slag.

Natuurlijk ging er van alles mis. En daarin zat het leren.

Studenten ontdekten razendsnel wat ze al konden, wat ze leuk vonden én waar hun kennis of vaardigheden nog tekort schoten. De docenten hielpen waar nodig, maar namen het proces niet over.

Zo kan bijna vanzelf een leervraag ontstaan: als ik dit de volgende keer beter wil doen, wat moet ik dan nog leren?

Daarin zit een belangrijk principe voor het motiveren van studenten. De leeruitkomsten uit je curriculum krijgen betekenis. Niet omdat de docent zegt dat iets belangrijk is, maar omdat de student ervaart waarom hij die kennis of vaardigheid nodig heeft.

3. Benut wat studenten al kunnen

Studenten beginnen zelden op nul. Ze hebben niet voor niets voor een opleiding gekozen. Grote kans dus dat er al interesse is, en vaak ook ervaring, kennis of talent waarop je kunt voortbouwen.

Ooit werkten we met meer dan 100 eerstejaarsstudenten Engineering. We deelden de leeruitkomsten van het eerste jaar en stelden de vraag: wie weet hier al iets van?

Bij iedere leeruitkomst gingen handen omhoog. Vrijwel alle kennis die in het eerste jaar aan bod zou komen, bleek ergens in de groep al aanwezig.

Vervolgens gaven studenten workshops over onderwerpen waar zij ervaring mee hadden. Op één dag werd zo een groot deel van het curriculum aangeraakt – door de studenten zelf. De docenten waren verrast over hoeveel kennis er al in de groep zat.

Dat kan iets doen met de motivatie van studenten. Je bent niet alleen degene die iets komt halen. Je hebt ook iets te brengen.

Gebruik dat principe gedurende het héle leertraject. Laat hogerejaars iets uitleggen aan eerstejaars. Laat binnen het mbo een niveau 4-student zijn kennis inzetten voor studenten van niveau 2 of 3. Zo ontstaat differentiatie én participatief leren: studenten leren met en van elkaar.

Een eenvoudige methode die wij hiervoor gebruiken is het vacaturebord. Verdeel onderdelen van je programma in kleine ‘vacatures’ en laat studenten intekenen op een onderwerp waar ze kennis van hebben of zich in willen verdiepen. Zij worden mede-verantwoordelijk voor het begeleiden of overdragen van dat onderdeel. Jij coacht en ondersteunt, maar uiteindelijk staan zíj voor de groep.

Zo benut je wat al aanwezig is én geef je studenten verantwoordelijkheid voor het leren. Juist die combinatie kan helpen om studenten te motiveren: ze ervaren dat hun kennis ertoe doet en dat ze zelf iets kunnen bijdragen aan het leerproces.

4. Laat steeds iets meer los om studenten te motiveren

Als docent voel je je verantwoordelijk voor het leren van je studenten. Het is dan ook een natuurlijke reflex om ze bij de hand te nemen: uitleg te geven, structuur te bieden, problemen voor te zijn en te helpen als iemand dreigt vast te lopen.

Maar juist vanuit die goede intentie kunnen we soms te veel verantwoordelijkheid overnemen. Terwijl ruimte geven en verantwoordelijkheid overdragen juist kunnen helpen bij het motiveren van studenten.

Eigenaarschap vraagt daarom om vertrouwen. Om erop te vertrouwen dat studenten zelf stappen kunnen zetten, keuzes kunnen maken en mogen ontdekken dat iets niet werkt. Zeker aan het begin van een leertraject sta jij waarschijnlijk meer op de voorgrond. Je deelt je kennis, geeft structuur en bouwt veiligheid in.

Naarmate studenten verder komen, kan jouw rol verschuiven: van sturend naar begeleidend, van uitleggen naar coachen en van bepalen naar ruimte geven. Projecten kunnen complexer worden, kaders ruimer en studenten kunnen meer keuzes maken over hoe ze tot een leeruitkomst komen. Zo kun je studenten motiveren door ze steeds meer verantwoordelijkheid te geven voor hun eigen leerproces.

Loslaten betekent niet dat je als docent verdwijnt. Je blijft aanwezig, maar vanuit een andere rol. De vraag wordt steeds opnieuw: wat heeft deze student nu van mij nodig – en wat kan ik juist uit handen geven?

Zo groeit het vertrouwen over en weer en krijgt de student steeds meer ruimte om eigenaar te worden van het eigen leren.

5. Creëer landingsmomenten waarop het leren zichtbaar wordt

Studentmotivatie is niet iets wat je één keer aan het begin van het schooljaar aanwakkert. Studenten ontwikkelen zich, interesses verschuiven en leervragen veranderen.

Bouw daarom bewust landingsmomenten in. Je kunt ze ook toonmomenten noemen: momenten waarop studenten zichtbaar maken wat ze hebben geleerd, waar ze staan en wat hun volgende stap wordt.

Traditioneel kennen we daar de toets voor. Maar er is veel meer mogelijk.

Maak er een tentoonstelling van. Een presentatie. Een beurs. Een filmfestival. Laat studenten een product maken of een demonstratie geven. Zo spreek je creativiteit aan en kan een student veel meer laten zien dan alleen of hij de juiste antwoorden op een toets weet.

En er gebeurt nog iets belangrijks: studenten kunnen trots ervaren en vieren waar ze staan. Juist zulke momenten van trots en erkenning kunnen bijdragen aan het motiveren van studenten.

In het onderwijs bewaren we dat grote moment van trots vaak tot het diploma. Maar waarom zouden we daarop wachten? Ook onderweg mag je stilstaan bij wat iemand inmiddels kan, welke stappen zijn gezet en welke professional er langzaam ontstaat. Dat kan weer energie geven voor de volgende stap.

Zo’n landingsmoment kijkt terug én vooruit:

Wat heb ik geleerd? (feedback)
Waar ben ik gegroeid? Wat kan ik inmiddels?

Wat ben ik aan het leren? (feed-up)
Waar sta ik nu? Hoe ontwikkel ik me tot de professional die ik aan het worden ben?

Wat wil of moet ik nog leren? (feedforward)
Wat wordt mijn volgende stap? Waar wil ik mijn energie op richten?

Plan zulke momenten bewust in je curriculum: kleinere momenten gedurende een periode en bijvoorbeeld twee grotere momenten in het jaar. Een groter landingsmoment mag best een paar dagen duren. Even geen nieuwe inhoud, maar ruimte om zichtbaar te maken, terug te kijken, feedback op te halen, te vieren en vooruit te kijken.

En om opnieuw terug te keren naar de call to learn: Waarom ben ik hieraan begonnen? Wat maakt mij nu nieuwsgierig? Is mijn leervraag veranderd? En wat betekent dat voor het vervolg?

Misschien moeten we dus wat minder proberen om studenten te motiveren

Als studenten niet gemotiveerd zijn, kijken we al snel naar de student. Waarom doet hij niet mee? Waarom neemt zij geen initiatief? Waarom krijgen we ze niet in beweging?

Maar we kunnen de vraag ook omdraaien:

Wat kunnen wij ontwerpen waardoor een student een reden krijgt om in beweging te komen?

Verbinden. Ervaren. Benutten. Loslaten. Landen.

Vijf bewegingen waarmee je binnen je curriculum ruimte maakt voor eigenaarschap en zelfregie. Voor studenten die niet alleen ontvangers zijn van onderwijs, maar actieve deelnemers die hun kennis, ervaringen, vragen en talenten inzetten voor hun eigen leren én dat van anderen. Dat is voor ons de kern van participatief leren.

En het is precies waar we bij Dock20 dagelijks mee bezig zijn. In onze training Activerend Onderwijs – Your Ideal Classroom onderzoeken en ervaren docenten hoe je betekenisvolle leerervaringen ontwerpt, participatief werkt en studenten steeds meer ruimte geeft om eigenaar te worden van hun leren.

Want uiteindelijk draait het motiveren van studenten misschien niet om wat jij doet om een student in beweging te krijgen, maar om de omstandigheden die jij creëert waarin die student zélf een reden kan vinden om in beweging te komen.

Wil je hierover eens verder praten met de auteur van dit artikel, Diederik Bosscha? Neem contact op met Dock20 voor een online adviesgesprek of kom naar onze gratis inspiratiesessie Activerend Onderwijs op 28 september of 1 oktober 2026.

We horen graag van je!

Heb je een vraag, idee of wil je gewoon even kennismaken? Stuur ons gerust een bericht. We denken graag met je mee en zorgen dat je snel een reactie ontvangt.

Email

info@dock20.org

Telefoonnummer

+31 6 28 53 34 81

Locatie

Willem ten Rijnestraat 8
7413XT Deventer

Website

www.dock20.org

Contactfomulier

Gratis inspiratiesessie Activerend Onderwijs

Zien we jou ook op maandag 28 september of donderdag 1 oktober tijdens onze gratis online inspiratiesessie over activerend onderwijs? Meld je snel aan!